Wat is een plasdagboek en waarom vraagt de uroloog erom?
Een plasdagboek (mictiedagboek, frequentie-volumelijst) is een eenvoudige tabel waarin u per tijdstip bijhoudt hoeveel u drinkt, hoe vaak en hoeveel u plast en wanneer u aandrang of urineverlies heeft. De richtlijnen van de Europese Vereniging voor Urologie (EAU) adviseren een dagboek van minstens drie dagen bij mannen die vaak plassen, aandrang hebben of ’s nachts moeten plassen (nycturie) en bij vrouwen met urineverlies. Ook de Britse NICE-richtlijnen vragen erom bij het eerste onderzoek.
Het dagboek vervangt schattingen uit het geheugen door echte cijfers. Het helpt te onderscheiden of de klachten komen door een blaas die maar kleine hoeveelheden vasthoudt, door veel drinken of door te veel urineproductie ’s nachts. Later kunt u met hetzelfde overzicht nagaan hoe goed een behandeling werkt.
Hoe vult u een plasdagboek in?
- Kies drie dagen, bij voorkeur een werkdag en een vrije dag; ze hoeven niet aaneengesloten te zijn.
- Elke dag begint bij het opstaan en eindigt bij het opstaan de volgende ochtend. De eerste plas op de eerste ochtend noteert u niet; de eerste plas van de volgende ochtend schrijft u op de laatste regel van die dag als „Eerste plas volgende ochtend”.
- Plas in een maatbeker met milliliterverdeling en noteer de hoeveelheid. Lukt meten een keer niet, schrijf dan een schatting op.
- Noteer alles wat u drinkt met soort en hoeveelheid: water, thee, koffie, sap, soep, alcohol. Een glas is ongeveer 200 ml, een kop ongeveer 150 ml.
- Geef de aandrang een cijfer van 0 tot 3. Verliest u urine, noteer dan hoeveel, wat u op dat moment deed (hoesten, opstaan, op weg naar huis) en of u een verband heeft gewisseld.
- Noteer hoe laat u bent gaan slapen en hoe laat u bent opgestaan; markeer elke plas na wakker worden in de nacht als „’s Nachts”.
- Verander uw gewoonten in deze dagen niet: het gaat erom een gewone dag te zien.
Hoe worden de uitkomsten van het plasdagboek beoordeeld?
Het overzicht op het scherm berekent per dag hoeveel u dronk, hoe vaak u overdag en ’s nachts plaste, de totale en gemiddelde plashoeveelheid, de grootste plas en het nachtelijke aandeel. Deze cijfers geven op zichzelf geen diagnose, maar zijn samen met uw uroloog een goede leidraad:
- Urine per 24 uur: De International Continence Society (ICS) noemt een dagelijkse urineproductie van meer dan 40 ml per kilo lichaamsgewicht te veel (polyurie); bij 70 kilo is dat ongeveer 2,8 liter.
- Grootste plashoeveelheid: De grootste plas van de dag geeft een indruk van de functionele blaascapaciteit. Steeds kleine beetjes en vaak plassen kan wijzen op een overactieve of geprikkelde blaas.
- Nachtelijke-polyurie-index: Dit is het deel van de 24-uursurine dat ’s nachts wordt aangemaakt (inclusief de eerste ochtendplas). Volgens de ICS wijst een waarde boven 33% bij mensen boven 65, of boven 20% bij jonge volwassenen, op te veel nachtelijke urineproductie. Dan kijkt de arts naast de blaas ook naar drinken in de avond, hart- en nierfunctie, slaapapneu en medicijnen.
- Plassen ’s nachts: Wakker worden om te plassen heet nycturie. Twee keer of vaker opstaan heeft meestal duidelijk invloed op de slaap en de energie overdag.
Wanneer neemt u het dagboek mee naar de uroloog?
Vul het dagboek in de dagen vóór uw afspraak in. Heeft u het op het scherm bijgehouden, print het dan via „Mijn gegevens printen”, of neem het papieren formulier mee. Het is vooral nuttig bij vaak of ’s nachts plassen, plotselinge aandrang, urineverlies, controle van de behandeling van een vergrote prostaat en na een operatie. Heeft u prostaatklachten, dan maakt ook de IPSS-vragenlijst het gesprek makkelijker.
Ziet u bloed in de urine, heeft u een branderig gevoel met koorts, kunt u niet plassen of heeft u hevige pijn in de flank, ga dan naar een arts zonder te wachten tot het dagboek klaar is.